Verontwaardigd zegt Judas Iskariot, een van de apostelen: “Waar was dat nou voor nodig? We hadden dat dure flesje beter kunnen verkopen om het geld aan de armen te geven!” Maar hij zei dat niet omdat hij zoveel om de armen geeft, maar omdat hij een dief is. Judas pakt soms stiekem geld voor zichzelf uit de portemonnee met geld voor de armen, die hij moet bewaren.